Raddraaier

RESULTAAT:  rad·draai·er de; m,v -s opruier, hooligan

Bron: http://www.vandale.nl/vandale/opzoeken/woordenboek/?zoekwoord=raddraaier

Het puzzelwoordenboek kent de volgende omschrijvingen:

raddraaier: aanstoker tot oproer, belham, Beroepen, desperado, oproerkraaier, opruier, opstoker, Persoonsbenamingen, raddraaister, rebel, relschopper, schavuit, haantje de voorste, deugniet, aanstichter, aanstoker.
Bron: http://www.mijnwoordenboek.nl/synoniemen/raddraaier

1912. Een raddraaier,
d.w.z. de aanvoerder, de aanstoker, de bewerker bijv. van een oproer; hd. ein Rädelsführer1); eig. degeen, die het rad draait, waardoor eene machine in beweging wordt gebracht; vgl. in de 17de eeuw: een werveldraaier (Vondel, Rommelpot, 167; Pers, 669 b; Halma, 783). Zie Harreb. II, 209 a; Afrik. raddraaier.
1). Volgens Grimm VIII, 53 en Paul, Wtb. 402 beteekent hier rädel of rädlein een kring, troep, rot soldaten; zie ook Rechtsalterth. II, 178 en vgl. het eng. a ringleader (ook in gunstigen zin).

Bron: http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_1983.htm